Terug naar overzicht

Landmeten, dit komt er allemaal bij kijken

Geplaatst op

Landmeten is altijd nodig wanneer u bouwplannen heeft. Op deze manier krijgen we een volledig beeld van het terrein waar het gebouw of de woning op geplaatst gaat worden. U kunt bij Van Dijk terecht voor landmetingen op de ‘ouderwetse’ manier en voor de modernste technieken in de geodesie (landmeetkunde). Maar wanneer komt zo’n landmeting eigenlijk in beeld? Wat houdt het precies in? En wat zijn de verschillende methoden voor landmeten? U leest het hier.

Wat is landmeten?

Het woord zegt het al; de landmeter voert metingen uit aan het land. Hij vertaalt de coördinaten voor een bouwplan naar markeringen in het veld. Tijdens het landmeten stelt hij de coördinaten vast van de plek die het betreft (vaak een bouwterrein) en markeert deze locaties met een piketpaal of verf. Naast het vaststellen van de horizontale locatie (x/y-coördinaten) gaat het hierbij ook om het vaststellen van de verticale locatie, de hoogte boven het Normaal Amsterdams Peil (NAP-hoogte). 

Wanneer schakelt u een landmeter in?

Een landmeter komt grofweg op 3 verschillende momenten in het bouwproces in beeld:

  • Bij het inmeten van onderzoekslocaties, voor de sondeerwerkzaamheden. Dit gebeurt dus ruime tijd voorafgaand aan de bouw.
  • Bij het uitmeten van palenplan en heiwerk, dit is vlak voor het heien.
  • Bij het inmeten van de paalkoppen, vlak na het heien.

Soms vinden er aan dijklichamen, of aan woningen of andere gebouwen verzakkingen plaats. Bijvoorbeeld door een slappe bodem of rottende fundering. Een landmeter kan dan nauwkeurigheidswaterpassingen uitvoeren, om de afwijkingen in hoogte vast te leggen.

Waar beginnen we?

Maar hoe weet een landmeetspecialist nu waar hij zich precies bevindt in het veld? Nederland heeft een landelijk systeem opgesteld waarin x/y-locaties staan opgeslagen: het Rijksdriehoekscoördinatenstelsel. In dit geodetische (landmeetkundige) systeem, staan de locaties van alle bestaande kavels opgeslagen, gedefinieerd met zogenaamde RD-coördinaten. Het Kadaster onderhoudt deze gegevens. Deze gegevens gebruiken we als referentie bij het landmeten.

Hoe meten we de x/y-coördinaten bij landmeten?

Gaan we aan de slag met landmeten, dan maken we gebruik van de SmartRover. Dit draagbare apparaat meet de coördinaten én de hoogte van een locatie. Hierbij wordt met behulp van DGNSS en RTK een nauwkeurigheid van < 5 cm bereikt. Wat doen we dan?

  1. We zoeken een vast punt in de omgeving; dit kan bv een putdeksel zijn. Dit stellen we in als nulmeting en het systeem berekent die locatie en hoe hoog het daar is.
  2. Dan lopen we naar de juiste coördinaat; de Rover wijst ons de weg met gps.
  3. Meetpunt gevonden? We markeren deze plek en maken er een foto van.

Is het signaal niet sterk genoeg om de SmartRover te kunnen gebruiken? Dan gaan we over op de traditionele onderzoeksmethoden, zoals meetlinten en handmatig waterpassen.

Hoe meten we de NAP-hoogte bij landmeten?

Moeten we de hoogte ten opzichte van NAP op traditionele wijze meten, dan zijn er verschillende bronnen beschikbaar als ijkpunt voor de meting:

  • Het NAP-boek
  • De Algemene Hoogtekaart Nederland (AHN)
  • Peilstalen die de waterstand aangeven, die regelmatig in het landschap voorkomen
  • Koperen bouten in bouwwerken met een vaste waarde, die je online kunt opzoeken.

Aan de hand van één van die gegevens die in de buurt van de onderzoekslocatie bevindt, gaan we dan handmatig meten. 

Na het meten: uittekenen maar!

Zijn alle meetgegevens binnen, dan gaan we dit uittekenen. De manier waarop we de terreintekeningen tegenwoordig maken is in een digitaal programma, dat AutoCad heet. Daarin kunnen we zowel een 2D als een 3D weergave van het terrein verwerken en opslaan. Dit geeft de aannemer een goede leidraad om het bouwplan te vervolgen!

Geïnteresseerd in een landmeting? Bel ons!

Wilt u de x-, y- en z-locaties van uw terrein nauwkeurig laten inmeten bij een gerenommeerd geotechniekbureau, voor een zeer scherpe prijs? Neem contact op met een van onze specialisten!